OCR:ed block content:
Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij,
te Rotterdam. Opgericht 7 April 1904. Omtrent oprichting en in-
breng vindt men ook enkele mededeelingen elders in dit deel onder Rot-
terdamsche Tramweg Mpij., welke mpij de meerderheid (f 2.025 000) der
aand. R. E. T. M. bezit. De mpij. exploiteerde tot aan de liquidatie de elec-
trische tramlijnen van Rotterdam en Rotterdam-Hillegersberg en met
motortractie (sedert Mei 1925) de lijn Rotterdam-Overschie. Lengte van
het net ruim 51 K.M. Kapi ta al geaut. f 4.000.000, geheel geplaatst. De
voor een groot deel geblokkeerde aand. hadden geen off. not. Dividend
1913/14-1922/23: 7, 7, 7, 7, 4, 4}, 43, 7, 7 en 4 pct .; 1923/24-1926/27: nihil.
Tot het doen van verschillende uitbreidingen, alsmede voor de electrificatie
der lijn R'dam-Hillegersberg, stond op 16 Dec. 1921 bij de Twentsche Bank,
Lippmann Rosenthal & Co. en de Rott. Bankvereen. de inschrijv. open op
f 4.000.000 7 pct. obligatiën, tot den koers van 100 pct. Stukken
groot f 1000, met coupons per 2 Jan. en 1 Juli. Aflsosing der
gehecle leening à pari op 2 Jan. 1932, behoudens het recht tot eerdere ge-
heele of gedeeltelijke aflossing, niet voor 1 Juli 1927. Coupons verjaren
na 5, lossingen na 30 jaren. De mpij. heeft nog 2 kleinere obligatieschulden
(zie balans). Jaarlijks moest voor de aflossing der 7 pct. obl. minstens
f 200.000 worden gereserveerd, met dien verstande, dat bij aflossing voor
1927 van oblig. der oudere leeningen, bovendien voor elk bedrag van
f 50.000 dat voor aflossing werd beschikbaar gesteld f 40.000 zou worden
gereserveerd voor de aflossing der 7 pct. obligatiën. Het minimum van
f 200.000 bleef in ieder geval gehandhaafd. Prospectus in jaarg.
1923, deel I pag. 18 der prospectussen. Bij afloop der concessie
in 1927 was de gemeente Rotterdam verplicht de goederen der mpij. tegen
taxatie over te nemen, buiten het geval van vernieuwing of verlenging der
concessie bij onderling goedvinden. Deze goederen werden in 1921 geschat
op ruim f 6.500.000. In 1924 geopende onderhandelingen met de gemeente
Rotterdam over een tusschentijdsche overname van het bedrijf leverden
geen resultaat op. Niettemin werden die onderhandelingen in eenigszins
anderen vorm voortgezet, waarbij een gemengd trambedrijf met med-zeg-
gingschap van de gemeente, onder de oogen werd gezien. De voorloopige
besprekingen waren in October 1925 zoover gevorderd, dat een uitspraak
over dezen bedrijfsvorm toen eerlang verwacht kon worden. De onder-
handelingen zijn daarna echter niet meer hervat en 15 October 1927 liep
de concessie af. De gemeente nam het bedrijf volgens de concessie voor-
waarden over en exploiteert het rechtstreeks (tijdelijk) in den vorm van
een gemeentebedrijf. De Mij. ging bij besluit der A. V. van aandeelhouders
met ingang van 15 Oct. 1927 in liquidatie en benoemde den directeur
J. G. Schuuring tot liquidateur. Het kantoor der R. E. T. M. in liquidatie
is gevestigd in het Witte Huis. De 7 pet. obligatieleening werd in haar
geheel aflosbaar gesteld per 15 October 1927 met f 1.020.22 per obligatie